|
Ik las onlangs een beschrijving van de manier waarop kinderen in de 17e
eeuw leerden lezen. Het leesboek bestond uit 4 kantjes. Op de eerste en
tweede bladzijde werden de letters aangeboden, op de derde stond het Onze
Vader en op de vierde een paar artikelen uit de Heidelbergse catechismus.
Daarmee moesten de kinderen het doen.
Tegenwoordig gaat dat er wel anders aan toe. In de kleutersklas zijn
kinderen die er aan toe zijn, met letters en woorden bezig, in groep 3
leren ze verder lezen en vanaf groep 4 ook beter en sneller.
In grote lijnen kunnen we lezen in 2 onderdelen splitsen.
1. Het technisch lezen. De techniek van het lezen, dus het kunnen vertalen
van de geschreven tekst in woorden.
2. Het inhoudelijk lezen. Hierbij denken we aan het begrijpen wat er staat,
het genieten van een boek, het goed kunnen voordragen van een tekst. Om
de ontwikkeling hiervan aan te moedigen zijn we op school bezig met voordrachtslezen,
begrijpend en studerend lezen en het bevorderen van het leespleziermaart
Bij ons op school is het technisch lezen verdeeld in een negental stadia.
We noemen dat ILO 1 t/m ILO 9. Elk ILO stadium kent zijn eigen moeilijkheid.
Een woordje "de" is gemakkelijker dan "vrijheidsbeeld".
"De" vinden we dan ook in ILO 1 en "vrijheidsbeeld"in
ILO 9.
Knappe koppen hebben precies uitgezocht in welke moeilijkheidscategorie
elk woord zit. Zet alle woorden met dezelfde moeilijkheid bij elkaar en
je hebt een boekje op bijvoorbeeld ILO 3.
Tresi meet drie keer per jaar hoe elk kind ervoor staat met lezen. Ze
doet dat aan de hand van een tekst en ze meet de tijd en het aantal fouten.
Na afloop daarvan kan ze dan het ILO-niveau van elk kind bepalen.
Als we nu alle kinderen met hetzelfde ILO-niveau bij elkaar zetten en
een boekje laten lezen wat op hun niveau is aangepast doen we aan niveau
lezen.
Dat doen we op school op vrijdagmorgen. De kinderen van groep 3 t/m 6
zitten in groepjes bij elkaar en lezen onder leiding van een ouder of
leerkracht. En Tresi meet regelmatig de niveaus. De kinderen van groep
7 en 8 doen niet mee, want ze hebben doorgaans het eindniveau al gehaald.
Er zijn heel veel voordelen aan dit systeem: een kind krijgt precies
die teksten te lezen die het aankan en wij kunnen de leesontwikkeling
precies bijhouden en ingrijpen waar het nodig is.
Er zijn ook nadelen. Veel kinderen gaan snel lezen, zien het onderzoek
van Tresi als een examen en verliezen het inhoudelijke aspect van het
lezen uit het oog. En als het allemaal niet zo soepeltjes verloopt als
gedacht was verliezen sommige kinderen het plezier in het lezen. Daardoor
weten ze niet meer wat ze lezen, vinden ze het niet leuk meer of krijgen
een duidelijke leesdreun.
We zijn voortdurend bezig om de kwaliteit van ons onderwijs te evalueren
en waar mogelijk te verbeteren. Bij onze laatste evaluatie hebben we een
manier bedacht om een verbetering aan te brengen in ons leesonderwijs.
3. in plaats van niveaulezen t/m ILO 9, willen we gaan niveaulezen t/m
ILO 6. Kinderen die ILO 6 dus nog niet gehaald hebben blijven op vrijdag
in groepjes begeleid worden door ouders.
4. Het niveaulezen voor kinderen in ILO 7 en hoger gaan we vervangen door
inhoudelijk lezen. Het "mooi op toon" laten voorlezen hoort
daarbij, maar ook het plezier in lezen. Deze kinderen gaan voortaan op
vrijdag naar lokaal 3 en worden in het inhoudelijk lezen begeleid door
Karin of Henk.
5. Aan gezien Quinty bij de kleuters werkt en Henk of Karin in lokaal
3, wordt hiermee het niveaulezen volledig afhankelijk van de inzet van
ouders. We vrezen echter dat er niet genoeg ouders beschikbaar zijn, dus
daarom gaan kinderen die ILO 9 gehaald hebben bij toerbeurt een groepje
kinderen begeleiden. Zoals we het nu kunnen bekijken komt elk kind 2x
per jaar aan de beurt.
6. De niveaubepaling door Tresi houden we erin. Zo kunnen we blijven volgen
hoe elk kind ervoor staat. We kunnen dan altijd nog ingrijpen.
|